pelgrimstochten van Cor en Evelien

Jeudi 12

Vandaag zijn we Zwitserland in gelopen, naar St. Croix (zie verhaal van Evelien). In St Croix zijn twee cafés. We lopen Jeudi 12 binnen: het is er rokerig, blijkbaar mag dat hier nog steeds. Het is er klein en je kunt er dvds huren, wat overigens niemand doet in die drie uur dat we daar verblijven. Er loopt een zwarte labrador door het café en een kleine in het zwart geklede jonge vrouw met een zwart kapsel compleet met bakkebaardjes (coupe fantastique?) en piercingsstaat achter de bar. Aan het plafond hangen langwerpige gekleurde doeken met de nu verschoten kleuren van de regenboog. Alleen indigo was waarschijnlijk moeilijk te vinden, of daar is iets anders mee gebeurd, want die mist in de keurig op volgorde hangende doeken. Alle tafelstjes zijn beschilderd: soms staat er een dambord op of een ganzenbord en we ontwaren ook een backgammontafel. Er omheen is door een enthousiaste amateur met kennelijk plezier een de gehele verdere tafel bedekkend kleurig randmotief geschilderd. In de vensterbanken staan klei kunstwerken die qua grootte en uitstraling evelien meteen aanspreken: groot dus en half figuratief/abstract. Het stikt er van de vliegen: is daar geen zwitsers precisie middel tegen? Aan de muur hangen tientallen lijstjes in de maat 20 x 20. Ze omvatten geschilderde koppen à la Picasso, zal ik maar zeggen: scheef oog, en profil en en face door elkaar heen, schrikachtig, grotesk soms. Buitengewoon kleurig. Vele koppen hebben flaporen, valt me op. Sommigen zien er afschrikwekkend uit, anderen vind ik mooi om naar te kijken, ook al ben ik blij dat ik zelf zo niet geportretteerd ben. Hangt hier de cliëntèle? Betaalde iemand in de stijl van Picasso en van Gogh zijn opgelopen barrekening mee? De steoelen en barkrukken hebben een zitting die overtrokken is met stof in dierenvellen motief: zebra, luipaard en meer van dat gedierte. Hangt men hier de beest uit?

En dan de mensen... Wanneer je niet rookt, geen pet op hebt, dreadlocks hebtof een piercing dan wel een brede haarband in hebt, dan hoor je niet bij de stamgasten, zoveel is wel duidelijk. Wij vallen dus duidelijk op en uit de toon met ons buitensport fleece. De tien twaalf gasten, waaronder een drietal oudere jongeren hebben het buitengewoon naar hun zin en kijken nauwelijks onze kant uit. In elk geval niet wanneer ik kijk. Een echtpaar, rokend,met kind van zes komt binnen en zet zich aan een tafel. Het kind hangt al snel met een fiep in de mond tegen de breedgevulde schouder van moeder, het hoofd ondersteund door een buitenmodel india sjaal. Later wordt een hamburger voor de kleine geserveerd, maar dan loopt het al tegen tienen in de avond. De sfeer spreekt ons aan: relaxed, zonder coffeeshopachtig te zijn. Absoluut niet bedreigend of zo. Wat mij het meeste bezig houdt zijn eigenlijk twee dingen: ten eerstede vraag naar wat hen beweegt. Wat is hun droom? Zit hier de toekomstige crème de la crème van St. Croix? Waar staan zij voor? Wat hopen, geloven, verwachten zij? Vervolgens kom je ook jezelf weer tegen: binnenstappend had ik meteen een beeld, een (voor-)oordeel klaar: geen tent voor mij. Nu voel ik me prettig, relaxed, net als zij. Hoe snel is bij mij (bij ons) de buitenkant, het eerste contact, niet de reden voor een eerste oordeel? Komen wij verder,kijken wij verder, willen we dat? Jeudi 12 heeft mijin elk geval weer bevestigt in de wil om verder te kijken dan de eerste piercing.

Cor

De schoenen

Tja, beste mensen, lieve familie en vele trouwe meelezers en meelevenden: die voeten dat wil wat. Voor hen die dat nog niet zo weten: ik beniemand die van alles geprobeerd wil hebben voor ik het opgeef. Er is vast nog een oplossing die ik nog niet heb bedacht, denk ik dan. En omdat ik tijdens het lopen beter kan praten of aan iets anders denken, bedenk ik mogelijke opties. Een mogelijkheid leek mij de volgende: ik vraag Jasmijn (onze jongste dochter) om m,n oude bergschoenen op te sturen naar een overnachtingsadres. Die schoenen voldeden prima, maar twee van de drie buitensportzaken zeiden dat het twijfelachtig was of ik er Rome mee zou halen. Goed, nieuwe Meindl (B/C) gekocht dus. En ingelopen, inderdaad. Deed nog knap zeer dat inlopen, mijn voeten moesten er echt aan wennen. Maar nu denk ik, ik ga op mijn oude schoenen lopen: nooit problemen met mijn voeten gehad. Niet toen we een paar weken door Italie lipen, niet in het schitterende Apuseni gebergte in het gastvrije Roemenië, nooit geen blaren. Tja, dan ga je toch even twijfelen of niet dan? Ik wel in elk geval. Jasmijn en Marten zien kans om de schoenen binnen een dag af te laten leveren in Pontarlier in de jeugdherbergwaar wij zelf in twee dagen aan zullen komen. Doen? Doen, want ik wil zeker weten dat ik alles probeer om beter te kunnen lopen. (Sceptische lezers, stop nu met hoofdschudden!!).

Bij de jeugdherberg krijg ik meteen een pakje uitgereikt. Yes! Als twee nieuwsgierige kinderen rennen we naar one kamer, nestelen ons op de rand van het bed en zetten de doos tussen ons in. Wat is ie smal. Passen daar bergschoenen in? Ja, die passen daar in zo blijkt. Meteen de voeten erin. ' En', zegt Evelien gespannen, ' hoe voelt het'? Slecht denk ik, maar ik zeg dat mijn voeten nogal breed zijn geworden door de warmte (wat ook inderdaad zo is) en dat de pijn in teen en hiel gewoon aanwezig is en niet meteen als bij toverslag verdwenen is. We zitten enige tijd te overwegen: doen/niet doen? Mee gaan lopen of toch weer terugsturen? Je kunt zien dat de nieuwe Meindls aan de kant van de kleine teen schuiner toelopen: dat zou de blaren op beide kleine tenen kunnen verklaren. Ook lijken ze op de wreef net iets kleiner, zou ik daardoor in de brug van de voet zo'n pijn hebben gehad en blaren op de bal van de rechtervoet? Besluit: Lopen, gewoon proberen, ik wilde toch de opties uitproberen en mogelijkheden elimineren? Nou dan, niet zeuren, gewoon lopen morgen. We pakken de nieuwe Meindls in de doos waar jasmijn als inhoud ' second hand shoes, no value' heeft laten opschrijven. En passant stop ik nog wat extra spullen uit de rugzak in de schoenen en de doos: ik wil en zal Rome halen, dan maar met een overhemd minder en zonder sjaal. De volgende morgen stap ik in mijn oude schoenen, beetje krap wel. Ik kijk naar de ingepakte doos, keurig afgetaped en klaar voor verzending: nu kan ik nog terug. Eeuwige twijfelaar die ik toch ook ben! Soms ben ik snel in het nemen van besluiten, maar van twijfelen heb ik ook buitengewoon veel verstand kan ik jullie meedelen. We sturen de schoenen weg. En nu lopen en afwachten. Over een paar dagen weet ik of het werkt. Ikzelf heb er alle vertrouwen in. Meer vertrouwen dan angst en dat is toch maar mooi meegenomen.

Cor

BESANçON!!!!!!!!!!

Lieve mensen, eerst even dit........

Wat zijn we blij met zoveel 'meevolgers'. Het eerste wat we doen als we in het internetcaf'é zijn is het bekijken van ons gastenboek. Geweldig dat jullie zo met ons meeleven, met andere woorden: 'ga zo door aub.'

De vorige keer schreef ik vanuit Reims. Via Trepail lopen we naar Chalons en champgne. Een prachtige streek om doorheen te lopen. Mooie paden door de wijnstreek en de eerste kleine klimmetjes. Elk dorpje bestaat uit bijna alleen maar uit hele grote, vaak prachtigechampagnehuizen met wijnkelders. Overal staat aangegeven dat 'degustation' mogelijk is, maar daar beginnen we maar niet aan. Chalons is een levendige stad en omdat hetmet de voeten vanCor verre van goed gaat, besluiten weom daar een dokter te bezoeken. Daarover hebben jullie al het een en ander kunnen lezen.We blijven om die'voeten' rede een 'rust'dagje langer in Chalons. Dan gaanweerverder van Brienne le chateau naar Arsonvalle om op 15 augustus (Maria Hemelvaart!) in Clairvaux te kunnen zijn. Telefonisch proberen we om in het klooster van de Cistercienzers te kunnen overnachten. Dat lukt echter niet en bij aankomst zien we waarom dat niet ging. Het klooster heeft plaats gemaakt voor een gevangenis. En ja, om nou achter de tralies de nacht door te brengen..... We hadden gedacht op deze dag de een of andere processie of op z'n minst een aardige dienst in het kloosterkerkje te kunnen meemaken. Voor niets dus hebben we ons op deze bloedhete dag de benen welhaast uit het lijf gelopen. Cor is helemaal kapot: de rustdag in Chalons heeft eigenlijk niets opgeleverd: zijn voeten blijven zeer pijnlijk en daarbij komen nu ook de nodige blaren. In ons engelenboekje treffen we één dezer dageneen verhaal van Desirée aan over eekhoorn en krekel en het verleggen van grenzen. Grenzen worden overschreden: pijngrenzen m.n. Tussen moed en wanhoop steeds weer de streep die je je zelf oplegt weer overgaan. Dank je wel Desirée voor je verhaal. Het helpt ons verder. Van Arc en Barrois naar Langres. Daar besluiten we nogmaals een dokter te bezoeken. Hij heeft hetzelfde verhaal als de vorige dokter. Niet snijden, de kans op infectie is te groot. Met nieuwe plakkaten voor op de hielen gaan we de volgende dag verder en de komende dagen zullen we kortere dagetappes gaanmaken enlangere rustpauzeshouden. Aan het eind van die dag komen we op een prachtig plekje aan bij een gite waar we zullen overnachten. Cor schrijft daar op dit moment een verhaal over.

Van Archotes gaat het via Champlitte naar Seveux. Aan de oever van het riviertje de 'salon', een schitterend plekje, lezen we de tekst van Maaike in ons boekje. We zijn erg blij met haar tekst. Het geeft precies aan hoe we aankijken tegen onze pelgrimage. Evenals de tekst van Gerry en Luc geeft het aan dat wandelen je open doet gaan voor nieuwe inzichten en ideeen, datje nooit alleenwandelt en jealtijdweer op je innerlijke weg brengt. Het klinktjulliemisschienmoeilijk in de oren,maar wij hebben de tijd om hierover na te denken. Hoe blij zijn we met de bijdragen die jullie in ons engelenboekje hebben geschreven. Elke dag zijn we weer nieuwsgierig wie er wat geschreven heeft en dan kan het zomaar zijn dat we samen het lied zingen wat er die keer instaat: dat zijn waardevolle en ontroerende momenten voor ons. De laatste dagen voor Besançon hebben we onze stokken in gebruik genomen. De klimmetjes worden steeds heftiger en m.n. voor Cor is het prettiger lopen met stokken. Aan de horizon tekenen zich de bergen van de Jura al af. En daarachter ligt Zwitserland. Stoer hé, dat we toch al zover zijn. Over een dag of 5 hopen we bij die grens te zijn. Maar nu zijn we dus in Besançon waar we gisteren zijn aangekomen. Vandaag weer een rustdag voor de voeten van Cor en misschien morgen ook nog wel. We hebben de Pharmacie weer geplunderd en zijn weer een hele serie Compeed pleisters, voetenzalf e.d. rijker. Aanmoedigingen hebben we nu zo langzamerhand echt nodig!!

En.... (Cor weet hier niet van) Zoals jullie weten wordt Cor 10 september 60 jaar...... Verjaardagspost kan gestuurd worden VOOR a.s. vrijdag 28 aug. naar Jaap en Jeanne de Graaf, Korteweg 23, 4438 AC Driewegen. Zij lopen op 9 en 10 september met ons mee en willen jullie post vast wel meenemen voor de jarige. Veel liefs,

Evelien

Zomaar een gite.....

Vandaag lopen we van Langres naar een gite in les Archots, waar we rond half drie aankomen. De eigenaar/beheerder van dit op een heel stil bosachtig plekje weggestopte pareltje ziet er met zijn ruim openhangende overhemd wat morsig uit. De keukentafel die vol ligt met kranten en sigaretten en waarop een respectabele hoeveelheid flessen staat, doet vermoeden dat Serge wel iets lust.Wij ook trouwens; Hij brengt ons twee biertjes, met de kroonkurk er op en verdwijnt. Geen nood, mijn onvolprezen zwitserse zakmes weet daar wel raad mee. Bij het tweede flesje kijk en lees ik beter: schroefdop!! Een lerende pelgrim! Ik vraag of Serge een wasje kan draaien en dat is geen probleem. We zitten buiten, zo stil, zo vredig, buitengewoon! Er komen nogal wat autos aanrijden: allemaal bekenden denk ik, want ze verdwijnen in de keuken en de stemming stijgt daar hoorbaar naar een gezellig peil. Zo komt er niks van koken, denk ik, hoewel ik dat Serge ook niet meteen zie doen. Ik loop wat rond: een brug uit 1883, die inmiddels gerestqureerd is, een oude half ingezakte boerderij, met een groen uitgeslagen bestelautootje in de wei. Die staat er zo te zien al wel even. Schapen lopen er omheen en een enkele durfal heeft de weg naar binnen gevonden. Wanneer ik wat wijn ga vragen, krijg ik van Serge gul een hele fles mee. Er komt een auto met een beslist ogende vrouw aangereden. Madame? Met papieren en nog wat spullen in de handen loopt ze naar binnen en ja hoor, even later begint de schoonmaak: de eerste vier mannen ruimen het veld. Er klinken tafeldek geluiden, een duits stel doemt precies om acht uur op, ook gasten.Aperitief: door Serge zelfgemaakte amandelwijn, zeg maar een soort amaretto. Geheim recept, dat geeft ie niet prijs. We eten vervolgens heerlijk! Voorgerecht, lamskoteletjes, kaas, appeltaart: alles uit eigen tuin en gemaakt door Serge! ' Ik drink dan misschien een beetje veel,' zegt hij met enige zelfspot, ' maar ik weet wel wat lekker is!' .Wij kunnen dat alleen maar beamen. Met Didier, een belg uit Luik die in deze streek voor zijn werk is (broodsnij machines) en het duitse stel op leeftijd, wordt het snel laat. ' Dit is een betere manier om bij elkaar te zijn, dan in 1944', zegt de alleen duitssprekende heer. Daarmee bevestigt hij een beetje het beeld dat evelien en ik hebben van oudere duitsers: wanneer je met ze spreekt, gaat het vaak ook (even) over WO II.

De andere morgen nemen we hartelijk afscheid van Serge, ook al vergeet hij onze thermosfles te vullen en is hij het stempel voor ons pelgrimspaspoort alweer vergeten, zodra ik erom: we sluiten hem in ons hart. Gewoon, omdat het een echt mèns is, iemand die zichzelf is. Ik ben s morgens nou eenmaal niet op mijn best, mompelt hij tussen twee hoestbuien door. Ondanks dat hebben wij genoten Serge, merci beaucoup et au revoir!

Cor

Gedragen

Tja, die voeten van mij, die maken heel wat los! Vandaag had ik een absolute off day. Zowel de linker- als de rechtervoet spelen op: onder de vereelte hielen hebben zich blaren gevormd, de linker- en rechterteen (je ziet, voor een beetje symmetrie heb ik alles over!) hebben blaren en zijn licht ontstoken en de bal van mijn rechtervoet doet ook niet meer mee; Het was warm vandaag, op weg naar Langres. Ondanks de 1000 mg. pijnstiller en de stops die gepaard gaan met afkoelen en verzorgen van de voeten, zie ik het niet meer zitten. We lopen op weg naar een dorpje, waar Sigeric ook geweest is. Ook met zoveel pijn? Het dorp luistert naar de fraaie naam Beuachemin (mooie weg), maar daar zie ik niet veel van. Ik zie het even helemaal niet meer zitten. Ik wil stoppen, laat mij maar zittend pelgrimeren, thuis of zo. Ik denk aan Jona, gooi mij maar overboord, laat mij maar hier achter. Dan komt Evelien, die een snellere tred heeft, weer bij me lopen en ze begint te zingen. Ze zingt vol overgave en vertrouwen ons beschermingslied (de Heer zal jou bewaren) en ze doet dat voor mij.Voor mij! Ze laat me niet alleen, helpt me, draagt me. Ik ben diep ontroerd, kan niets terug zeggen, huil, maar dit keer niet van de pijn.

Ik voel me gedragen, door evelien, de liefste en eigenlijk ook door die Ander. Na de lunchstop (en nog een pijnstiller) gaat het beter en ik haal Langres, waar ik nog es een dokter raadpleeg. Soms gaan we op de vleugels van een lied en durven onze zwaartekracht vergeten, dichtte Huub Oosterhuis en het is waar!

cor

Pijn en meer

Weer twee dagen verder: van Reims naar Trepail in de Champagne streek en daarna naar Chalons en Champagne. We lopen Reims uit langs een kanaal waarvan het water nog het meeste lijkt op koud afwaswater bij ons vroeger thuis, dus het tijdperk voor Dreft zal ik maar zeggen. Het is een mooi jaagpad, maar jagen of gejaagdheid is wel het laatste waar we aan denken. Tien kilometer lang lopen we dat pad en dan wordt het toch een beetje saai; evelien heeft veel last van haar rugzak: is ie verkeerd gepakt, zit ie te hoog, te laag? In elk geval wordt er tijdens onze koffiestop grondig aandacht aan besteed: uitpakken, opnieuw inpakken en enigszins hoog dragen. Dat betekent wel dat de heupriem haar bijna de buikademhaling beneemt, zeker wanneer ik de riem nog es extra mag aantrekken. Ze loopt daarna wel weer wat beter. Dat kan ik nog steeds niet zeggen van mijn voeten: die doen nu al vanaf het vertrek pijn en het lijkt eerder erger te worden. Ik smeer bij elke pauze volop creme podologique, maar het lijkt steeds korter te werken.Na het kanaal trekken we de wijngaarden in, op weg naar de Montagnes de Reims. Overal champagnehuizen. De wijngaarden zien eruit om door een ringetje te halen, allemaal op dezelfde hoogte gesnoeid. Dat moet welhaast machinaal gebeuren en inderdaad, we zien zo'n machine door de rijen rijden, alles wat boven een meter uitkomt rigoureus verwijderend. Door het mooie bos met volop sporen van sangliers, wilde zwijnen, lopen we aan de andere kant via opnieuw wijngaarden een klein dorpje binnen: Trepail. Daar hebben we bij madame Viviane Jacqueminet een kamer gereserveerd. Op nummer 6 wordt niet opengedaan, maar een behulpzame overbuurman verwijst ons naar nummer 4. Als daar de deur opengaat staat er een glimlachende madame die ons verwelkomt. Of we het erg vinden bij een andere pelgrim te slapen, Ja, wel als we de keus hebben. Hebben we die, heeft ze nog een andere kamer, Dat heeft ze. Ze neemt ons mee een rommelig binnenplaatsje over, trap van een soort schuur op, en voila, daar is de kamer: een soort zolderkamer voorzien van enige spinnenwebben eneen stoffige houten vloer, met twee stapelbedden en een stuk of drie eenpersoonsbedden voorzien van dunne (paarden-) dekens. De bedden piepen en kraken dat het een aard heeft en de matrassen zakken geweldig door zoals vroeger thuis, maar het is prima zo. Mijn voeten verlangen naar rust, maakt niet uit waar dat te vinden is. De douche is in een ander deel, boven de schuur, waar gipsplaten zijn gebruikt om een acceptabele indeling te maken van de grote ruimte.Het huis staat zo ongeveer in de achtertuin van het kerkje en dat klopt, want het isde oude pastorie uit de 17 de eeuw.Omdat er verder niets te drinken is, lopen we na een opfrisbeurt het dorpje in op zoek naar een café.De plaatselijke kruidenier heeft niet veel klanten en zijn assortiment ligt keurig naast elkaar uitgestald: tien zakken chips naast elkaar, acht repen chocolade idem dito. We kopen Bavaria en chips en gaan tegenover de mairie op een bankje pelgrim zitten wezen.

Het avondeten gebruiken we bij en metmadame en de andere pelgrim, die onderweg is naar Santiago. Omelet, rode saus en macaroni, brood en wijn! Ik kom ogen tekort om te zien wat er in die keuken/eetkamer te zien is: van legobouwwerken tot stapels nog te openen post, van kalenders uit 2007 tot foto's van haar drie kleinkinderen en dat alles opgestapeld in viervoud. Ze blijkt al honderden pelgrims onderdak geboden te hebben en is erg vriendelijk en spraakzaam. Mijn kennis van het Frans, hoewel niet heel slecht houdt absoluut geen gelijke tred met haar spreektempo. Slapen dan maar en zelfs evelien ligt om negen uur plat! 's Morgens ontbijten we op zijn frans: grote kommen koffie, waarin het verse stokbrood gedoopt wordt en een potje zelfgemaakte confiture. We lopenin de nieuw en veelbelovend ruikende ochtend Trepail uit, uitgezwaaid door Viviane. Eerst nog wat asfalt en andere champagne dorpen, voordat we de GR 654 oppakken. Die brengt ons naar Chalons, maar het gaat met mij maar moeilijk; Wanneer we niet samen over iets praten ( en dat komt voor!), dan is de aandacht snel gericht op die pijnlijke voeten: twee grote eeltplekken waar vocht onder lijkt te zitten en de bal van beide voeten zijnzeer branderig. De voeten zijn redelijk beplakt met Compeed, tegen eeltknobbels en - plekken en hielkloven en weet ik wat al niet, maar echt soelaas biedt het niet. Lopen door de pijn heen dan maar, waarbij elke rust voeltals een bevrijding.Zo'n drie kwartier na de rust is de pijn weer terug. Al met al zo pijnlijk dat het laatste uur het huilen soms nader staat dan het lachen. Moet ik hier aan wennen? Is dat nou nog niet gebeurd dan? Nog meer gewicht uit de rugzak halen?Bungelen met de voeten in het water van het kanaal is heerlijk!

Zoals elke dag komen we toch gewoon weer aan. Ik weet dat ik straks op het terras, met een biertje, de pijn weer snel achter me laat, tot morgen in elk geval. Vanmorgen ontdek ik een rode streep die van de gele eeltplek naar de enkel loopt. Dat zal toch geen bloedvergiftiging zijn, denk ik, pessimist die ik dan snel ben, meteen? Ik besluit naar een dokter te gaan. Die stelt me gerust: geen bloedvergiftiging, maar wel veel vocht onder die twee eeltplekken. Ze durft er vanwege het risico van infecties niet in te snijden, maar zegt dat ik twee dagen rust moet houden. Twee?, ik denk zelf meer aan één.Ik krijg een recept voor een bepaald soort compressen, die ik er op moet doen. We blijven dus nog een dagje in Chalons, bekijken kerken, maken dit artikel, rusten en plannen de volgende dagen in, rekening houdend met die gekke voeten van me.Dus: de groeten van m'n voeten (en van evelien!).

cor

In Reims aangekomen

De dag van het champagne-ontbijt daar was ik gebleven de vorige keer. Die dag lopen we alleen de ochtend, slechts 8 km. tot Jeumont. De middag gebruiken we om onze rugzakken eens zorgvuldig te bekijken. Wat moet perse mee en wat kan eruit. Uiteindelijk kunnen we twee plastic tasjes vullen die ongeveer 3 kg. bij elkaar wegen. Die geven we meeaan Jasmijn en Marten die ons aan het einde van de middag komen opzoeken. Een bezoekje waar we erg naar uitkijken trouwens. We eten gezellig met elkaar en wij kunnen onze eerste ervaringen aan hen kwijt. De volgende dag loopt het een stuk lichter voor ons beide en we gaan op weg naar Eppe Sauvage, op de grens van België en Frankrijk.We komen uiteindelijk terecht bij een erg aardige mevrouw die een aantal kamers in haar huis verhuurd. Zij nodigt ons uit om, nadat wij ons opgefrist hebben, iets te komen drinken in haar geweldig rustgevende tuin. De kussensin de tuinstoelen worden voor ons klaargelegd en wij genieten weer van onze dagelijkse 'aankomst' onder het genot van een groot glas bier naast de fontein in de grote vijver. De volgende dag maken we veel kilometers. Het loopt lekker, veel door bos, dus hebben we niet zoveel last van de warmte. We komen uiteindelijk aan in Ohain, een heel klein gehuchtje maar er is een gite de France, waar een ruime lichte kamer beschikbaar is voor ons en we kunnen er 's avonds mee eten. We treffen er een nederlandse familie aan en binnen de kortste keren gaat het over het onderwijs en dan m.n. over de zorg aan 'rugzak' kinderen van deze familie.Wij laten maar niet het achterste van onze tong zien en proberen het gesprek weer terug te voeren naar iets luchtigers en dat lukt gelukkig. Van Ohain lopen we verder naar Landozy la ville en daar worden we opgehaald door Monique, mijn collega van de Rank.Zij en Jan hebben6 jaar geledenin Mont St. Jean een bouwval boerderijtje gekocht en dat geweldig sfeervol opgeknapt. Wij worden hartelijk ontvangen door beiden.We eten er heerlijk en slapen er in hele grote slaapkamer met oud balkenplafond. We worden wakker en kijken vanuit het bed,door de lage ramen uit op hun pruimenboomgaard: heerlijk wakker worden zo. Monique brengt ons na het ontbijt naar de plek waar ze ons gisteren opgehaald heeft en komt ons aan het einde van onze etappe van die dag in Dizy le grosweer ophalen. We laten ons de barbequemet vlees, vis, de enorme courgetteplakken uithun tuinen de zelfgemaakte salsa verde met kruiden uithun moestuin goed smaken. We praatten heel wat af deze twee dagen en leren elkaar zo beter kennen. Nogmaals bedankt voor jullie gastvrijheid Monique en Jan: twee dagen bij jullie te mogen eten en slapen en gebruik te mogen maken van de wasmachine, internet, de body lotion, zeepjes, geurtjes e.d. En Jan, nu mag je weer uitslapen de komende dagen......Wij hebben van hetzijn bij julliegenoten. Van Dizy le Gros liepen we zondag verder naar vieux le Asfeld en liepen de hele dag in een 'dramatisch' landschap zoals ons al was voorspeld door Jan. Lange rechte asfaltwegen met alleen maar graanvelden. Cor had al gebeld met de enige overnachtingsplek: Auberge d'Ecry. Maar telefonisch was meegedeeld dat ze complet (vol) waren. Dit deed een echt beroep op ons en vooral op Cor's vertrouwen toch nog iets te vinden in dit plaatsje. Daar aangekomen, een uitgestorven gat trouwens, niets anders te vinden dan de dus volle herberg. Toch nog maar eens vragen of ze echt vol zijn en of ze ons anders verder kunnen helpen. De eigenaresse is echt behulpzaam, ze biedt ons een stoel aan en gaat zoeken naar een ander overnachtingsadres. Ze belt met de een en nog eens naar een ander, maar er wordt niet opgenomen. Ze fluistert dan wat met een collega en zegt dan dat we toch wel een kamer bij haar kunnen krijgen in een bijgebouw en we kunnenook een avondmaaltijd krijgen. Dit tot onze grote opluchting. Het ontbijt zal voor ons klaargezet worden want zegt ze: morgen zijn we gesloten. Die opmerking bevreemd ons wel wat want hoe doe je dat met een hotel vol gasten. Als we rond 7 uur weer beneden komen en ons op het terras achter het hotel neerzetten valt ons na een poosje op hoe stil het er eigenlijk is. Geen mens te zien, geen hotelgasten; geen bedienend personeel; niets eigenlijk. We blijken er helemaal alleen te zijn. Het hotel is gesloten en ons eten staat, maar' het duurt even voor we dat ontdekken, in een kamertje in het bijgebouw in een koelkast, waar ook een magnetron staat waarin we het kunnen opwarmen. Een tafeltje is keurig gedekt, aan de ene kant voor het diner en aan de andere kant voor het ontbijt. We kunnen er niet over uit. HOEZO COMPLET???????? Afijn, we zijn wel erg blij dat het voor ons toch nog goed uitgepakt heeft. Vandaag nog zo'n 'dramatisch' stuk gelopen en nu aangekomen in Reims. Dit hebben we nu toch maar mooi bereikt. Zittend op een terras, met het uitzicht op de kathedraal, een biertje bij de hand (2x zo duur, vanwege het uitzicht op de kathedraal)en ogen en oren tekort voor wat er allemaal voorbij komt, voelen we ons even een echte toerist: HEERLIJK!!!

Morgen vervolgen we onze weg,maar nuover de via Francigena,DE pelgrimsroute naar Rome.

Evelien

Rue Hector Despret

Ik zit op een terras in de Rue Hector Despret in Jeumont en beschouw het leven wat zich voor mijn oog ontrolt. Ik moet je zeggen dat dit met een Leffe blonde (pression) voor je neus, voeten in de zon en gezicht in de schaduw een buitengewoon plezierige activiteit is. Evelien is even naar het postkantoor om postzegels te kopen en ik kijk. Er komen vier meiden aan, de jongste ongeveer 9, 10 jaar, de oudste zal ondanks haar make up die duidelijk veel meer suggereert, niet veel ouder zijn dan 13. Ze stoppen voor het cafe waar ik zit en smoezen wat.De onder mascara verstopte gaat naar binnen, de anderen blijven voor de geopende deur van het café annex lotto verkooppunt hangen en kijken soms steels naar binnen, dan weer nonchalant voor zich uit. Ze wachten. Ik ook. Dan komt mademoiselle mascara weer naar buiten, aha met vier pakjes sigaretten in de hand. Ze worden meteen verdeeld en ook de jongste van het stel krijgt een pakje. Ze kijkt trots, ik hoor er bij!, en tegelijkertijd schuldbewust: als ma mère dit wist! Ze zetten er de pas in en lopen naar het tegenover het café gelegen parkeerterrein. Daar worden de pakjes van cellofaan ontdaan wat vervolgens achteloos op de grond wordtgegooid. De jongste, die nog niet helemaal bedreven is in dit soort van huis uit ontraden gedragen in het algemeen met dit soort escapades nog duidelijk minder ervaring lijkt te hebben, kijkt enigszins hulpeloos om zich heen. Dan volgt ze haar zusters in het kwaad en gooit haar cellofaan ook maar op de grond. Gezusterlijk lopen ze verder. Het cellofaan waait voor de voeten vaneen man die uit een slechte gangsterfilm lijkt weggelopen: klein, waggelende gang, hand in een zak, grijs haar onder een gedeukte glefhoed, uitgezakt colbertje met een wit- zwart ruit motief, een door de warmte neerhangende snor die zijn gezicht een droef uiterlijk geeft. Hij heeft een zonnebril op, waarvan de bovenrand van de glazen zijn bewerkt met glinsterende nep briljantjes.Zijn eveneens grijze broek heeft betere dagen gekend en wordt opgehouden door een zwarte judoband. Een kampioen aan lager wal? Hij loopt langzaam naar de bank aan de overkant van de straat, klimt de drie treden op, stopt en tuurt naar binnen. Wordt hier een overval beraamd?Dan doet hij ineensde deur open voor iemand anders. Eindelijk actie en ik zit eerste rang. Helaas, waarschijnlijk is degene voor wie hij de deur opende een bekende, zijn vrouw waarschijnlijk. Hij loopt met haar mee, recht op mijn terras af. Ondertussen spreekt hij enigszins geagiteerd en dringend tegen haar en graait ondertussen in haar open tas. Dat heeft weinig zin, want ze heeft de paar gepinde euros in haar zwaaiende rechterhand, nog buiten zijn bereik.Haar pensioen? Zijn AOW? Dan commandeert hij haar naar binnen in mijn café en wacht zelf buiten, bij de vuilnisbakken, die de pezige barmevrouw zojuist buiten heeft gezet. Hij loopt een paar keer naar de deur, kijkt ongeduldig controlerend naar binnen en zoekt zijn positie weer op. Daar komt ze terug, een serie loten in de hand. Mee jij, zo lijkt hij te zeggen en trekt zijn slecht ter been zijnde vrouw mee naar de overkant. Zo snel gaat dat niet meer bij haar en gezien de staat van haar spataderen en haar schoeisel lijkt me die strompelende gang alleszins verklaarbaar. Hij wacht ongeduldig aan de overkant. Hij staat al bij de auto en beduidt haar met een ongeduldige hoofdknik in te stappen wanneer zij nog maar net de zebra over is. Wanneer zij ook in is gestapt wordt er niet weggereden. Worden eerst alle lotto formulieren bekeken? Maakt hij ruzie omdat ze weer geen prijs hebben? Is hij gewoon, onverwacht misschien voor mij, zorgzaam en laat hij haar even uitrusten? Het leven van een pelgrim is vol vragen. Ik zal het antwoord nooit kennen, hun auto staat te ver en liplezen kan ik niet.

cor