Het kasteel van Frankie
Zondagmorgen, het regent al enige uren. Als wij na het ontbijt weg willen regent het nog steeds. Dus heisen we ons voor het eerst in onze regenkleding. Een goede test om te kijken of ze hun geld echt wel waard zijn. Gelukkig doorstaan ze de test goed. We blijven aardig droog en het iseigenlijk helemaal niet zo vervelend om in de regen te lopen. We zijn op weg naar Mons en 's middags breekt de zon weer door en is het weer net zo prima weer als in de afgelopen dagen. De volgende dag lopen we naar Grand Reng waar we willen overnachten in een bed en breakfast die Frankie schijnt te heten. We hebben er op voorhand geen hoge pet vanop. Een overnachting met zo'n naam: FRANKIE. Het blijkt achteraf een dag te worden met grote tegenstellingen. Ik heb een off-day. Ik loop niet lekker. Het gewicht van de rugzak speelt mij parten. Ik realiseer me dat er van alles nog uit moet wil ik de trip naar Rome halen. Maar ik was al zo zorgvuldig geweest in het selecteren van mijn bagage. Moet er nu nog meer uit en wat dan in vredesnaam. Volgens mij heb ik het allemaal nodig of heb ik het nodig voor het geval dat. Het levert mij al met al een vervelende dag op. Moe en bezweet komen we in Grand Reng aan. We hebben niet gereserveerd bij Frankie, dus op hoop van zegen komen webij het opgegeven adres aan. Wat blijkt.... we zijn bij een chateau aangekomen waar de plaatselijke dokter zijn woning en praktijk heeft en waar mevrouw Frankie, zijn vrouw, enkele kamers in het kasteeltje verhuurd aan pelgrims zoals wij. Trouwens er komen ook pasgetrouwde stelletjes hun huwelijksnacht doorbrengen. Eigenlijk meer geschikt voor hen als voor ons pelgrims. Na binnenkomst door de poort toont mevrouw Frankie ons als eerste hoe de 'spa exterieur' in de tuin werkt. Deze jacuzzi is verwerkt in een bamboepaviljoentje en wij mogen er gewoon gebruik van maken. De kamer die we krijgen is de 'libelle'kamer. Sprei, gordijnen en kussen vertonen dus allerlei libelles in blauw en groen. Een prachtige kamer en de badkamer is helemaal top.Uiteraard zitten we binnen de kortste keren in de jacuzzi met blowers en jetstreams en we voelen letterlijk de vermoeidheid uit onze benen stromen. Als we helemaal opgefrist en uitgerust zijn gaan we in het dorp eens kijken of we een hapje kunnen eten. Er is echter alleen een friettent en die is vandaag gesloten. Het cafe is wel open en daar drinken we dus maar een biertje, althans voor zover dat bierglas niet door vliegen wordt omzwermd. Aan twee tafels zitten de andere bezoekers. Die zien er laten we zeggen enigszins apart uit. Is dit en doorsnee van de gemiddelde bevolking van Grand Reng? dan vrees ik voor haar toekomst! Er wordt geschreeuwd, gekaart en allerlei onduidelijke kreten uitgestoten. Maar voor ons is er geen eten te krijgen. Terug naar Frankie. Tot onze verrassing biedt zij ons de sleutels van de Volvo cabrioletautomaat aan. ' Daar kun je toch wel mee omgaan?' ' Nou eh......' Is echt makkelijk hoor, verzekert ze en even later rijden we naar een pizzeria door het schemerige frans-belgische grensland. h-Het eten is lekker en de terugreis wordt veraangenaamd doordat Cor, achter het stuur, ineens eenw arm gevoel krijgt. Niet van binnen, maar aan zijn achterste: de stoel is namelijk voorzien van verwarming. Met enig voorzichtig gemanouvreer krijgen we de auto weer door de automatische openende poort op de binnenplaats en ploffen we op ons bed neer. Het feest is echternog niet voorbij want de volgende ochtend worden we nog verrast met een ontbijt waar je U tegen zegt. We starten met een glas champagne en krijgen vervolgens een verse fruitsalade, een kommetje kwark, een gebakken spiegelei met worstjes en spek, versgeperst sinasappelsap,voor ieder een paar crepes en dan allerlei broodjes, confitures en marmelades en dan vergeet ik vast nog allerlei dingen. We maken een lunchpakket van versgebakken broodjes met zalm en brie. Frankie ........ is een echte aanrader, maar als pelgrim voelt het toch wat dubbel.
Als we later in de ochtend ergens op een rustplekje aan de koffie zitten komt plotsklaps de Volvo aanrijden en stopt vlakbij ons. Frankie heeft de hele buurt rondgereden om ons te zoeken. We hebben namelijk ons pelgrimspaspoort bij haar liggen. Wat een service.
Van Lepelbed naar het Blaffend Konijn
' A mai, naar Rome? Als ge eind oktober in Rome zijt, zal ikeen kaarsje voor u branden!' De patron van hotel Lepelbed in Melle kan zijn verbazing nauwelijks onderdrukken. Hij heeft er ook een herhaalde stevige krachtterm voor nodig, waarvan ik hoop, dat die niet letterlijk op mij van toepassing zal zijn. 'Goede moed', roept hij ons na, wanneer we weggaan. Nou dat hebben we bij de koffiepauze meteen nodig: hoewel we een mooi plekje langs de weg hebben, met de rug tegen een boom en vrij uitzicht, heeft de patronkoud water ipv warm water in de thermosfles gedaan: geen koffie dus! Ai, eveliens ritme is meteen een slagje verstoord. Dat belet haar overigens niet om een flink tempo te ontwikkelen. Ik kan het niet bijhouden. Het is schitterend, warm weer en dat vraagt om extra vochtinname; Twee Red Bull en twee Spa gaan binnen no time naar binnen. Ik krijg naarmate de trip van 35 km. vordert meer en meer last van de bal onder mijn voet. Ik kan alleen maar aan die stomme voeten denken en, pessimist die ik nogal eens ben, ook aan de vraag of ik Rome wel zal halen. Dat is nog wel een beetje vroeg he, zegt mijn steun en toeverlaat. We rusten in een perenboomgaard, waar de kisten al klaar staan, denken aan Tonnie en Desiree en aan al die andere fruittelers, die zoveel meer peren aan een boompje krijgen dan wij. We lopen een stuk illegaal langs een spoorlijn, wat twee toeterende machinisten oplevert en dan zijn we bij hotel het blaffend konijn, in Robost, bij een prachtige oude watermolen.
En dat blaffende konijn? Twee honderd jaar geleden was er een fraaie hof met veel kleinvee, waaronder een konijn met astma; Die maakte een raar geluid, zodat men al snel zei: pas op als je daarheen gaat, want zelfs de konijnen blaffen er!
cor
Verloren voorwerpen onder afdak
Al lopend komen we langs wat klaarblijkelijk een school is. Er staat een afdakje met de tekst: verloren voorwerpen onder het afdak. Wij kijken: er ligt niks. Geen wonder,als je iets verloren bent, zal hetwel niet onder een afdak liggen. Dan is het immers gevonden!Verder lopend ontspint zich een filosofisch gesprek. Wat zijn wij eigenlijk verloren tijdens onze levensloop? Behalve de mensen die we verloren aan de dood en mensen die we niet meer zien, denk ik ook aan dat ik vooral argeloosheid ben kwijtgeraakt, het simpele vertrouwen van een kind om te doen, mee te gaan, vertrouwend dat de ander geen kwaad in de zin heeft. Wanneer het in het lecven ten diepste gaat om begrippen als angst en vertrouwen, dan denk ik dat ik misschien heb toegestaan dat angst hetvertrouwen hier en daar overwoekerd heeft. Evelien denkt dat ze juist meer vertrouwen heeft gekregen. Dat ze behoudendheid steeds meer heeft kunnen loslaten. Je verliest zulke dingen bewust, maar ook wel zonder dat je er erg in hebt. Al pratend constateren we dat praten en nadenken over hetgeen je verloren hebt, impliceert dat je weet wat er in je rugzak zit. Hoe kun jeweten wat je kwijt bent, wanneer je niet weet waarmee je op reis gaat? Wat deden je ouders en anderen daarin? Wat voegde je zelf toe? Wazt zit er ook in jouw rugzak, misschien diep onderin, verstopt? Genoeg stof om over na te denken.
Praktische zaken vragen ook de aandacht: waar is een prullenbak voor de lege yoghurtbekertjes die ik, beschaafd mens als ik ben, in mijn broekzak stopte? Zelfs Onze Lieve Vrouwe van Eeuwigdurende Bijstand van wie we onderweg menige kapel zien, kan niet helpen. Als we uiteindelijk na 4 kilometer een prullenbak treffen, ben ik de yoghurtbekertjes verloren............ Even later merk ik dat datzelfde lot mijn zakdoek heeft getroffen!De kapel van St. Antonius helpt ook niet: de aanroep St. Antonius beste vrind, maak dat ik mijn zakdoek vind, levert geen succeservaringen op.
Nou ja, de tranen voor vandaag waren toch al gedroogd.
cor
Schapenbout en nieuw leven
In een grote kring buiten de pelgrimszegen krijgen,daarna uitgezwaaid worden door al die mensen en dan op pad mogen gaan, dan voel je je dubbel gezegend. We gaan de hoek om, drogen onze tranen en gaan op weg naar........ Ach Rome is nog zover.... het tolplein is ons eerste doel. We komen er ruim op tijd aan, we kunnen ons eerste bermplasje doen en de al smeltende marsreep, die we van Jaap bij ons vertrek nog vlug toegestopt kregen, opeten.Heerlijk hoor zo'nzoete lekkernijen de vingers vol gesmolten chocolade. De bus brengt ons naar Terneuzen en zet ons uit bij het ziekenhuis. We stappen het Zeeuws-Vlaamse land in. We lopen zwijgend naast elkaar, beiden zijn we nog met onze gedachten bij de dienst en het afscheid. Het was goed zo.
Na enige tijd komen we in het dorp Schapenbout. Hoe komthet aan zo'n naam? Het is een dorp met een z.g. lintbebouwing. Links staan de huisjes met de voorgevel direct aan de straat en de achtergevel grenzend aan het graanveld. Jammer voor die mensen zul je denken: geen tuin of zo. Maar je hoeft geen medelijden te hebben want rechts van de weg hebben de bewoners een, tja hoe zal ik het zeggen, ik noem hetmaar een linttuin, aangelegd. Een prachtig grastapijt van ruim 50 meter diep en het dorp Schapenbout lang. Daarop staan verspreid groepen fruitbomen en bloemperken. Overal staan tuinzitjes van en voor de bewoners, picknickbanken en er is een heuse jeu de boules baan aangelegd voor de liefhebbers. Een speeltuintje voor de kinderen en als klap op de vuurpijl een mini kinderboerderij met een paar konijnen, een pony en een schaap. Wij hebben er het rijk alleen als we, ergens op dat immense grasveld,ons boterhammetje opeten. De bewoners zoeken blijkbaar hun vertier elders op deze zondagmiddag. Maar het is duidelijk goed toeven in Schapenbout:
We vervolgen onze weg en ik zie een enorme groep berenklauwen staan. Ze zijn uitgebloeid en hebben prachtig grote zaadschermen. Wauw, daar zou ik mooie dingen mee kunnen doen, maar ja ik ben nu op weg naar Rome. Volgend jaar nieuwe kansen. Het loslaten is begonnen.
De braamstruiken dragen al rijpe vruchten, natuurlijk wil ik ze proeven. Maar gezien de ervaringen van Paulisca, controleer ik ze goed op de aanwezigheid van wormpjes. Niets te zien maar jakkes wat zijn ze nog zuur. Volgende week nog maar eens proberen (gek hoor dat ik dat zeggen kan!) misschien zijn ze dan meer door de zon gerijpt.
Klokslag 18.00 uur komen ze Overslag binnen. We krijgeneen hartelijk onthaal van Monique en Viv. Er wacht ons een sfeervolle kamer en een heerlijke voedzame pastamaaltijd. Onze eerste dag zit erop, morgen gaan ze onze eerste landsgrens over.
' s Avonds horen we dat erten tijde van ons vertrekbij Lein en Kris een gezonde dochter geboren is. Wat mooi.... als wij de eerste dag van onze pelgrimstocht ervaren, beleeft dit kleine meisje de eerste uren van haar levensreis. Dit kleine mensje wensen wij zoveel geluk en zoveel zegen, als alle druppels van de regen.
evelien
Beschermengel nr.1
Gisteravond de eerste overnachting gehad, bij Monique en Viv in Overslag. Gastvrij, betrokken, energiek (Viv),rustig (Monique) en enthousismerend vloog de avond voorbij. Een sms naar de kinderen gestuurd en, meteen, teruggekregen: de tranen waren gedroogd en alles was in orde. Vandaag is de eerste dag dat we iemand met ons mee laten lopen: Monique, collega van Evelien. Tijdens onze eerste stop, met de rug tegen een brede boom, de voeten in de zon en het hoofd in de schaduw, openen we ons beschermengelboekje. De eerste tekst blijkt een tekst te zijn afkomstig uit 1692, Baltimore. Laat dat nou precies de tekst zijn die wij tijdens onze eerste gemeenschappelijke vakantie in 1980 kochten in een winkel in Veere!! Sindsdien heeft die tekst zowel thuis als op kantoor op een prominente plaats gehangen. Het is een tekst met zoveel wijsheid en rijkdom aan gedachten dat je daar niet in een dag mee klaar bent. Zoek zelf maar op internet!! In Lokeren (anderhalf uur stomlopen langs de weg)probeert Evelien haar verhaal klaar te maken, maar de genereus beschikbaar gestelde laptop (vlaamse uitspraak: letterlijk) blijkt niet goed te werken. Uiteindelijk zitten we in een internetcafe, gerund door allochtonen, zoals ons fijntjes door de hoteleigenaar wordt duidelijk gemaakt. Maar daar werkt het wel!!! We lezen dat Rien een kaarsje voor ons brandde in de oecumenische geloofsgemeenschap de Ark en zijn ontroerd. In het hotel aan de buurttarfel zit iemand die iemand kent, die net terug is uit Rome; ook lopend. Maar die had 20 kilo op zijn schouders en ik (maar) 12. En ik vind mezelf nu al zielig, met die rode strepen op mijn schouders aan het einde van de dag. Morgen maar een andere beschermengel aanroepen;
Cor
Verrassing
Stel je de boulevard van Vlissingen in juli voor: de branding golft, de zon schijnt, mensen lopen in meer of minder flatteuze staat van ontkleding langs de zee en het terras, schepen schuiven vlak onder de kust bruisend voorbij en vlaggen wapperen. In zee zijn vandaag niet veel mensen. Lijkt me, gezien het weer verstandig. Op de terrassen van de vele café - restaurants zitten mensen die wel houden van een stevige bries. Ik zit, samen met de stafleden van het ondersteunend bureau van Archipel Scholen binnen. Straks kan ik nog genoeg buiten lopen! Binnen is het tamelijk rustig. De ober aan wie ik vraag waar onze gereserveerde tafel staat, kijkt glazig: vakantiewerker? Een collega wijst ons dan maar onze tafel. Naast ons zitten een Duitssprekende man en vrouw, type Sjonnie zal ik maar zeggen en een jonge vrouw, zo te horen aan de conversatie over en weer hun dochter. Zij is erg druk met de telefoon en smst heel wat af. Gezellig.
Goed, terug naar ons eigen gezelschap: enkele dagen voordat de schoolvakantie begint, hebben wij onze traditionele gezamenlijke lunch. Daarbij hoort altijd een kleinigheidje wat ik voor de medewerkers uitzoek, vaak (min of meer) toepasselijk op hetgeen er in de afgelopen tijd gebeurde of te gebeuren staat. Zo ook nu.
We drinken wat en wachten op de komst van mijn collega in de Raad van Bestuur, die een nieuwe directeur op één van onze scholen voorstelt aan het team. Hij zal later aanschuiven.
Wij bestellen alvast en dan onverwacht, begint ineens Margreet met een speech. Ze vertelt dat ze door te Googlen steeds meer van de achtergronden van pelgrimstochten te weten kwam en zich goed heeft kunnen inleven in wat ik de afgelopen weken al over m´n tocht vertelde. ' Jij hebt altijd wel wat voor ons, maar voor deze speciale gelegenheid wilden wij ook iets aan jou meegeven', zegt ze. Ingelezen als ze is, voegt ze eraan toe dat het presentje natuurlijk niet te zwaar moest zijn. Instemmend knik ik. Vervolgens hoor ik dat ze al weken bezig zijn, maar dat het gouden idee niet gevonden werd. Op een simpele in mijn ogen vanuit belangstelling gestelde vraag, of ik ook muziek meenam, antwoordde ik ontkennend. Ik ga zelf wel lopen zingen! Trouwens met die dopjes in je oren hoor ik de leeuweriken niet en dat moet je niet willen missen. Ik blijk ook op dit punt door Karen te zijn uitgehoord en boorde hen alweer een mogelijkheid door de neus. Lastig hoor zo´n leidinggevende.
In het laatste weekend, enkele dagen voor de lunch, had Harry ineens een brainwave. Hij dacht door op de lijn pelgrimeren, spiritualiteit en ineens, voilà, daar was het idee, zo vertelt hij vol trots. Mijn hersens doen overwerk, maar ik kan niets bedenken. Hoewel ik veel verrassingen al van te voren zie aankomen of doorgrond, wordt het dit keer ècht een verrassing. Dat op zich is al knap! Voordat Harry verder gaat geeft hij mij als een volleerd acteur die de spanning langzaam laat stijgen, een klein, zwart, plat en langwerpig doosje.Tja, wat kan daar nou inzitten? Theelepeltje? Horloge? Ketting met een kruisje of ander symbool? Condooms? Maar nee, de twee paar voeten die op de bovenkant van het doosje getekend zijn symboliseren geen intieme verstrengeling van twee mensen, maar staan braaf náást elkaar. Dat valt dus in elk geval af. Genietend van zijn finest hour gaat Harry verder: ' We geven je St. Christoffel mee als beschermheilige!'. Wow, ik ben werkelijk verrast door deze vondst. Nu pas mag ik het doosje openen: op de binnenkant van het deksel zit een bijpassend gedicht geplakt en erin ligt een hele fraaie, stevige zilverkleurige sleutelhanger met daarop St. Christoffel die een kind op zijn schouders draagt.
Nu waren we niet van plan om sleutels mee te nemen, behalve dan op mijn hoed het symbool van Rome, een speld die uit twee gekruiste sleutels bestaat, maar deze sleutelhanger gaat mee, zeker weten. Ik ben toch wel een beetje overdonderd, ik had helemaal niets verwacht en iets dergelijks toepasselijks al helemaal niet. Wat je geeft moet je vergeten en wat je krijgt moet je onthouden! Ik bedank ze hartelijk. Dankzij het gegoogle van Margreet krijg ik er meteen een hele serie verhalen bij, die de herkomst van deze legende vertellen. 'Daar houd je toch van, van verhalen?' Nou en of.
Het gedicht krijgt, zo zeg ik toe, een plaatsje in ons 'beschermengel' boekje: een boekje waarin familie, vrienden en kennissen een tekst, gedachte, overweging, lied of wat dan ook geplakt hebben: voor elke dag één. Elke dag loopt er zo een bekende met ons mee.
De hanger hangt inmiddels aan de rugzak, aan de linkerkant, bij m´n hart.
Cor
Voorbereiding
Voorbereiden,..................maar waarop?
Er zijn mensen die zonder (al te) veel voorbereiding op pad gaan, weinig tot geen kaarten bij zich hebben, soms met gewone schoenen aan, gewoon starten richting Rome of Santiago de Compostela. Laat het maar meteen duidelijk zijn: Ik hoor zeer zeker niet bij die categorie. Integendeel, ik ben meer van het pro actieve plannen, liefst een jaar vooruit. Dat doe ik in mijn werk, voorzitter van de raad van bestuur van Archipel Scholen (22 scholen voor openbaar basisonderwijs op Walcheren), maar ook privé wel. Evelien heeft dat beduidend minder. Eigenlijk mag je wel zeggen: heeft daar nauwelijks last van, want, eerlijk is eerlijk, het is ook wel eens erg vermoeiend, al dat vooruit plannen. Moet dat eigenlijk wel, zo´n strakke planning? Ga ik juist niet lopen om het loslaten te beoefenen? Natuurlijk biedt een beetje planning voordelen, geen twijfel daarover, maar waar ligt de grens? Ben ik die misschien al over? Waarom hecht ik eigenlijk aan planning? Kan ik niet met onverwachte situaties omgaan? Ja, dat kan ik wel, maar waarom dan al die zekerheid? Wat beoog ik daarmee? Help ik mezelf of anderen daarmee? Lekker vraagje voor straks, onderweg!
Goed, dat voorbereiden heeft ook iets erg leuks in zich: vooruitkijken, vol verwachting klopt m´n hart, je weet wel! In ons gezin zijn we wel een beetje van de voorpret en de aftelkalenders: lootjes voor de sint in oktober trekken; voordat we met wintersport gaan; voordat we met het hele gezin van vier kinderen en (toen twee, nu drie en in januari vier), kleinkinderen naar Turkije gingen. Eén van de kinderen vroeg laatst al langs haar neus weg, maar met een serieuze ondertoon, wanneer de eerste tip kwam voor onze volgende grote familie uitstap in 2012! Ja, ik kan het ieder aantonen: opvoeden heeft invloed!Goed, ik neem je mee langs zomaar een paar aspecten waar wij in de afgelopen maanden mee te maken kregen.
Beesten
Wat te doen met teken? Tekenpincet mee en eruit draaien. Dat is best lastig weet ik uit eigen ervaring. Tijdens een kamp met groep acht in de bossen van Reusel heb ik er ooit eens eentje geprobeerd te verwijderen. Ik wist toen trouwens niet dat dat een teek was. Dat werd nog een hele toestand, compleet met rode cirkelvormige uitstraling. Maar de ziekte van Lyme heb ik in elk geval niet gekregen. Wel eens gehoord van de vossenlintworm? Schijnt voor te komen in de bossen tussen Zuid Duitsland en Noord Italië. Geen bosvruchten plukken en eten, geen bramen en bosbessen dus zeg ik tegen Evelien. Ja doei, zegt die, dat is net zo leuk en lekker! Dat valt wel mee hoor, die lintworm. Loslopende, blaffende, ondervoede en gemeen kijkende honden is een ander fenomeen waar de wandelaar mee te maken krijgt. Je ziet ze likkebaardend naar die smakelijke, bruin gebrande kuiten van ons kijken. Wat te doen? Steen gooien of worden ze daar juist nog agressiever van? Gaan ze echt weg van het geluid van zo´n hondenfluitje? Evelien denkt van wel en heeft er één. Ikzelf ga me maar heel groot maken, beetje doen of ik de leider van de troep ben. Dat gaat me vast goed af.
Ziekten en ongemakken
En als je nou ziek wordt, wat doe je dan? Dan gaan jullie toch wel terug? Als wij dan zeggend at we dat niet zomaar kunnen zeggen omdat het afhangt van de tijd en plaats waar dat gebeurt, vlak ná vertrek of vlak vóór Rome, dan zie je onze gesprekspartners weliswaar begrijpend knikken, maar je hoort hun hersens kraken. Vooruit, we nemen in elk geval een amoxicilline kuur mee. Altijd handig. De tetracyclinezalf laat ik net als de zinkzalf thuis. Gewoon jodium helpt ook om een wondje te ontsmetten en ik hoef ook niet alles dubbel mee. Zo hadden we in het begin bij het inpakken werkelijk een hele batterij zalfjes mee: tegen spierpijn, tegen pijnlijke gewrichten, tegen verstuikingen, tegen vermoeidheid. We laten het allemaal thuis.
Verdwalen
Ten eerste ben ik nog nooit echt verdwaald, in de zin dat ik werkelijk niet meer wist waar ik was. Is geen kunst, ik heb nu eenmaal een goed richtingsgevoel met de geboorte meegekregen. En ten tweede, bestáát verdwalen wel? Ja we gaan heel ver dwalen, zeker, maar is het niet zo dat elke weg een goede weg is, die je ergens brengt? Gaan we niet juist op pad om te ont-moeten, om onverwachte ervaringen op te doen? Bestaan er wel omwegen? Alle wegen lopen immers naar Rome. Goed ik heb dan een GPS en die neem ik mee, maar meer voor de zekerheid (daar héb je dat gevoel weer). Verder vertrouw ik op m´n kompas en m´n gevoel. U ziet het, de afgelopen maanden heb ik me dus voor onze tocht grondig voorbereid. Steeds dook de vraag op: waarop moet je je voorbereiden en moet je je eigenlijk wel willen voorbereiden? Sta je dan nog open voor het onverwachte of heb je alles al dichtgeregeld en uitgedacht? Vragen, vragen, vragen. Wie weet hebben we over een paar maanden een (begin van een) antwoord.
Cor
Cor
Regen
'Jullie trainen zeker wel veel?', is een veel gehoorde vraag van vrienden en kennissen. Hoewel als vraag geformuleerd, wordt het vaak op een toon gezegd, die, hoewel goedbedoeld en oprecht geïnteresseerd, een ontkennend antwoord eigenlijk uitsluit. Wanneer je een tocht van zo'n 2000 kilometer gaat maken, dan is het toch logisch dat je daarvoor traint? Om je eerlijk de waarheid te zeggen: de laatste dagen, zeg maar rustig de laatste twee weken zit er flink de klad in onze training. Daarvóór gingen we vaak om de andere dag 's avonds een uur of twee, drie lopen, uiteraard mèt de bepakte rugzak en in het weekend kon dan een langere etappe gedaan worden. Maar de laatste dagen............. Er is altijd wat, er komt steeds iets tussen! Nu zal ik me niet meteen verschuilen achter werk, hoewel dat ook meespeelt, maar vaker was het de regen, die onze wandelplannen dwarsboomde.
Regen, hoor ik je denken, daar krijg je straks toch ook mee te maken? Je denkt toch niet dat je naar Rome kan lopen zonder een paar flinke regen- of onweersbuien? Nee, troost je, dat denken we inderdaad niet. Waarom dan toch niet getraind wanneer het regent? Je bent toch niet van suikergoed, zou mijn oma zeggen. Als het regent word je nat, zei een vriend kort en bondig. Ze bedoelen allemaal hetzelfde: regen hoort erbij, dat aanvaard je en je loopt door.
Wat onze spullen betreft, daar ligt het niet aan, die kunnen er wel tegen. We hebben allebei een zogenaamde softshell, een winddicht, ademend lichtgewicht jack waar de regen afparelt. Geweldig spul! Voor de forse hoosbuien hebben we een uitstekend regenjack en dito broek. Onze spullen in de rugzak zitten in een vuilniszak en de rugzakken hebben ook een aparte regenhoes. Wat is dan nog het probleem? Lopen, zou je zeggen! Dat hebben we wel vaker gedaan. Ik herinner me een meerdaagse tocht door het Oosten van Overijssel in de meivakantie waarbij het dagen achtereen goot! Vorig jaar zomer liepen we een tocht door het Roemeense Apuseni gebergte en werden we overvallen door een langdurige stortbui. We kwamen doorweekt en drijfnat bij ons overnachting adres aan: een eenvoudig boeren onderkomen. De houtgestookte boiler was uit, dus geen warme douche die de verkleumde botten kon opwarmen. Het hout was op en morgen was er een nieuwe kans. We droogden ons af, trokken alles aan wat nog enigszins droog uit de rugzak kwam en kropen onder de buitengewoon zware, maar warme dekbedden. Wanneer we in het begin in de regen lopen baal ik ervan, ik maak me zorgen of alles wel waterdicht is en blijft! Waar ben ik aan begonnen, moet dat nou, is dit nou leuk? Evelien is daar makkelijker in. Je kunt er toch niets aan veranderen, accepteer het nou maar,is haar standaard mantra. Na enige tijd komt de omkering: zelfs ik geniet van het weer, je ziet die prachtige afwisseling tussen zwarte buien en stralende zon, je wordt één met de omgeving, je gaat erin mee, erin op. Ik realiseer me weer dat ik zoveel binnen zit: naar het werk in de auto, binnen het kantoor, naar een vergadering in de auto, in een vergaderzaaltje zitten, terug met de auto, kantoor, met de auto naar huis, binnenzitten. Hoe heerlijk is het om dan een hele dag buiten te zijn, te werken in de tuin, te lopen in de vrije lucht. Ik heb werkelijk het gevoel dat die bui je niet kan deren. Beetje stoer gevoel eigenlijk ook wel.
Maar ja, de afgelopen weken hebben we dan toch juist niet met regen gelopen. Dat kan tijdens de tocht nog wel! Net als bij het zwemmen, als je 'door'bent, is het bijna altijd lekker water. Maar daarvóór? Beetje slap? Tja............
Iemand wenste ons voor onze tocht het volgende toe:
'ik wens je, zeer genegen, zoveel geluk en zoveel zegen, als alle druppels van de regen'.
Laat die stortbuien nu maar komen!